Berichten
Patiëntervaringen op nieuwe website Martini Ziekenhuis
5 juli 2011
Het Martini Ziekenhuis in Groningen lanceert vandaag zijn nieuwe website, waarmee het ziekenhuis zich in de zorgwereld wil onderscheiden door inzicht te geven in de resultaten en de kwaliteit van het ziekenhuis. Ook de ervaringen van patiënten komen aan bod.
Marketingcommunicatieadviseur Marieke Ploegh geeft aan dat de website twee prominente zoekfuncties heeft voor behandelingen en afdelingen. “Om te weten wat hen mankeert, gaan mensen naar ‘dokter Google’. Op onze website bereiden wij hen zo goed mogelijk voor op een behandeling of onderzoek. Wie is die arts die mij gaat behandelen, welk traject doorloop ik in het ziekenhuis, waarom zou ik naar het Martini gaan?”
Samen met internetbureau TamTam, belangenorganisatie Zorgbelang en huisartsen is dit concept uitgewerkt. “Mensen laten zich in hun keuzes steeds meer leiden door ervaringen van anderen”, zegt Ploegh. “Daarom geven we ook de patiënten zelf het woord.” Daarnaast biedt de website services om patiënten en hun naasten zo veel mogelijk te ontzorgen. Verder zijn er een feedbackforum, een nieuw e-mailadres voor suggesties en is elke webpagina via verschillende sociale media door de bezoeker te delen met zijn eigen netwerk. In een volgend stadium voert het Martini het online afspraken maken voor de patiënten door. (ICTzorg – ICTzorg / Twitter)
_________________________________________
Vergelijkingssite als ‘kwaliteitsinstrument’
8 juli 2011
Aangemoedigd door vergelijkingssites, zoals Zorgkaart Nederland en Zoekdokter.nl, zet een patiënt zijn negatieve ervaring met een zorgverlener op het internet. Het doel van zo’n site is een transparant overzicht te verschaffen van – de kwaliteit van – het zorgaanbod. Het vergemakkelijkt in theorie de keuze voor een bepaalde specialist. Bij de zorgverlening werkt zo’n aanpak echter niet zo goed als voor een willekeurige andere dienst of product.
Op internet kan het in de waardering voor de medische sector vaak fel aan toegaan. Daarbij laten de in hun ogen benadeelde patiënten zich gaan in kwalificaties als ‘onprofessioneel’, ‘onrechtmatig’ en ‘onzorgvuldig’, maar worden evenmin termen als ‘boef’ en ‘crimineel’ geschuwd. Er is zelfs een website geopend met de naam van een aangeklaagde neuroloog als url. Deze zag zich geconfronteerd met een beschuldiging van fraude en mishandeling.
Dit soort beschuldigingen gaat te ver. Nog los van de bescherming van persoonsgegevens, een bepaald niet onbelangrijk facet in het geheel, zijn er ontwikkelingen waar je vraagtekens bij kunt zetten. Ontwikkelingen waarmee de kwaliteit van de zorg niet is gediend.
Monddood
Op websites als zorgkaartnederland.nl en zoekdokter.nl kan een ieder zijn waardering en/of ervaringen geven over een huisarts, fysiotherapeut, specialist, apotheker of zorginstelling. De opzet is dat andere bezoekers van de site met nadere informatie de keuze voor een arts, ziekenhuis of gezondheidscentrum ondersteunen. Op zichzelf een prijzenswaardig initiatief. De praktijk laat echter iets anders zien. Door de subjectieve beleving van de patiënt als maatstaf te nemen, schieten deze websites gemakkelijk hun doel voorbij.
Het probleem is niet dat de subjectieve en soms ondeskundige beleving van de patiënt maatgevend is maar dat de arts door zijn of haar beroepsgeheim en onbekendheid met de veelal anonieme bron niet kan en niet mag participeren in discussies op internet. Hoor en wederhoor is voor artsen dus een illusie en ze doen er dan vaak maar het zwijgen toe.
Defensief en risicomijdend
Corrette Ploem, onderzoeker en docent gezondheidsrecht bij het AMC, en Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC, kwamen in het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht tot de conclusie dat aan grievende uitingen over medisch handelen wel degelijk grenzen zijn te stellen, zeker als iemands reputatie in het geding is. Ze baseren zich daarbij op uitspraken in kort geding waarbij de rechter opmerkt dat een arts weliswaar een zeker incasseringsvermogen moet hebben, ondanks zijn niet-publieke status, maar wel tegen zeer kwetsende of onjuiste uitingen moet worden beschermd. De rechter gelastte dat dergelijke grievende uitlatingen van het internet moesten worden verwijderd.
Digitale schandpaal
Reactief optreden levert in sommige gevallen dus wel degelijk iets op. Het verschaft echter geen oplossing voor de groep artsen die gelaten onterechte kritiek incasseert. Dat is niet alleen een probleem voor artsen maar ook voor patiënten. Het resultaat van het ongehinderd gebruik van de digitale schandpaal is namelijk een defensieve en risicomijdende houding bij zorgverlening en voorts patiënten die zich – regelmatig ten onrechte – zorgen maken over de kwaliteit van ‘hun’ arts die negatief in de publiciteit is gekomen. Deze kan en mag zich immers niet publiekelijk verweren.
Artsen zullen dus nog meer tijd nemen voor dossiervorming, overleg en het slaafs volgen van protocollen, niet ten behoeve van een zorgvuldige praktijkuitoefening, om hun gedachten bij een collega te toetsen of als praktische checklist om fouten te vermijden, maar om zich erachter te kunnen verschuilen. Dat dit tot een betere en efficiëntere patiëntenzorg leidt, lijkt uitgesloten. De kwaliteit van zorg is hier niet mee gediend.
Gedragscode
Zijn er oplossingen voor dit probleem te vinden? Die ligt zeker niet voor een inperking van de uitingsvrijheid. Het middels is dan erger dan de kwaal en voorts wordt daarmee miskend dat vergelijkingssites hun plek ook in de zorg terecht hebben verworven.
Een eerste oplossing is gelegen in het hanteren van een gedragscode waarbij op de naleving streng wordt toegezien door bijvoorbeeld een redactie. Veel websites hanteren in theorie een dergelijke code; de praktijk wijst uit dat er nog steeds zeer grievende teksten geplaatst kunnen worden. De redactie komt pas in actie wanneer een zorgverlener een klacht neerlegt. In aanvulling op dat strenge toezicht kan de provider werken met een filter. Deze zuivert de website van onzinnige of boosaardige spam en ongemotiveerde klachten. Bij schending van de spelregels, zoals het doen van onjuiste of nodeloos kwetsende uitingen, volgt verwijdering.
Een tweede oplossing is ‘accreditatie’. Ter verhoging van de geloofwaardigheid van de website hebben zich vaak patiëntenorganisaties of zorgverzekeraars gecommitteerd die hun eigen eisen stellen aan de manier waarop de informatie wordt verwerkt en gepresenteerd. Beroepsverenigingen van zorgverleners schitteren echter door afwezigheid. Zij laten daar een kans liggen.
Keurmerk
Wanneer de beroepsorganisaties van zorgverleners zelf ook een keurmerk voor vergelijkingssites hanteren en daar publicitair de aandacht op vestigen, haalt dat de wind uit de zeilen van sites die – soms – niet zorgvuldig verifiëren of een ‘recensie’ meer is dan een digitale wraakoefening. Welke criteria in aanvulling op de al gehanteerde het meest relevant zijn, kunnen de beroepsverenigingen samen met patiëntenorganisaties uitstekend vaststellen. Datzelfde geldt voor de werkwijze van die sites om ondanks de geheimhoudingsplicht en overige privacyoverwegingen, recht te doen aan de positie en het standpunt van de zorgverlener.
Voldoet een vergelijkingssite niet aan de criteria, dan geen keurmerk en dus voor het informatiezoekend publiek niet de zekerheid dat de geplaatste ‘artsenrecensies’ echt nuttig zijn. Dit biedt de zorgconsument meer zekerheid over de kwaliteit van de informatie en verbetert de transparantie van de zorgmarkt zonder zorgverleners zomaar aan de schandpaal te nagelen. De gang naar de rechter hoeft dan alleen nog maar in extreme gevallen gemaakt te worden. De arts kan zich concentreren op het leveren van de beste zorg en iedere kritische recensie is een kans tot verbetering. Bij onterechte of ongenuanceerde verwijten op dubieuze sites hoeft de arts slechts te verwijzen naar wel ‘geaccrediteerde’ sites.
Sandy Hundepool is mond-, kaak- en aangezichtschirurge in het Bronovo Ziekenhuis te Den Haag. Bob van der Kamp is advocaat Gezondheidsrecht bij Guldemond Advocaten te Amsterdam.
_________________________________________
EPD’s vergroten patiëntveiligheid
25 juli 2011
Een breder gebruik van EPD’s kan het aantal medische fouten verminderen. Dat schrijven de onderzoekers van de University of Texas in The Journal of the American Medical Association.
Een manier om EPD’s versneld in gebruik te nemen zou zijn om de jaarlijkse patiëntveiligheidsdoelstellingen ook bij EPD’s op te nemen. Deze doelen zijn: het correct identificeren van patiënten, testresultaten op het juiste moment bij de juiste professionals krijgen, medicatie juist etiketteren, het controleren van medicijnen voor mogelijke bijwerkingen, het voorkomen van infecties en het identificeren van patiënten met een suïciderisico.
Een ander voorbeeld waarbij een EPD de patiëntveiligheid vergroot is een mechanisme waarbij de artsen aan moeten geven dat ze een testresultaat hebben ontvangen en zij gevolgd worden bij de follow-up acties.
_________________________________________
Trimbos en Achmea gaan ziekteverzuim met e-health te lijf
19 juli 2011
Het Trimbos-instituut en Achmea starten een project om de verzuimduur bij werknemers met psychische klachten te verkorten met behulp van e-health.
Het Trimbos-instituut heeft Return@Work ontwikkeld, een e-health programma dat zowel de verzuimende werknemer, de bedrijfsarts als de casemanager gebruiken in het reïntegratieproces.
Nieuwe toepassing
Volgens het Trimbos-instituut is dit een nieuwe toepassing van e-health, dat al eerder effectief bleek tegen psychische klachten en verslaving. “De combinatie van psychische en lichamelijke klachten, waar een kwart van de werknemers met langdurig verzuim mee te maken heeft, krijgt in het bijzonder aandacht in Return@Work.”
Gevolgen verzuim
Langdurig verzuim zorgt doorgaans voor hoge kosten en een hoge belasting voor de werknemer. De kosten van verzuim wegens psychische aandoeningen in Nederland worden geschat op 2 miljard euro per jaar. Psychische klachten, zoals depressie, angst en spanningsklachten, hebben een groot aandeel in langdurig verzuim.
Wat doet Return@Work?
Return@Work biedt de werknemer online een zelfhulpprogramma waarin hij gemotiveerd wordt om het werk weer (gedeeltelijk) op te pakken. De bedrijfsarts ontvangt vanuit Return@Work adviezen om de werknemer beter te kunnen begeleiden. De casemanager ontvangt adviezen om het proces te begeleiden.
Onderzoek
Psychiater en bijzonder hoogleraar Christina van der Feltz-Cornelis gaat samen met het Trimbos-instituut, de Universiteit van Tilburg en het VU Medisch Centrum in Amsterdam onderzoeken of Return@Work een effectief middel is om de verzuimduur te verkorten. In samenwerking met arbodienstverlener Achmea Vitale worden ruim 300 werknemers geworven. De helft van de werknemers krijgt het Return@Work-programma aangeboden. De andere helft krijgt de gebruikelijke verzuimbegeleiding.
Het onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw en ACHMEA. De resultaten van het onderzoek worden begin 2014 verwacht. (Bron: Trimbos)
_________________________________________
Utrechters testen gezondheid via website
14 juli 2011
Begin volgend jaar ontvangen 800 bewoners van Leidsche Rijn een uitnodiging van hun huisarts om op de site PreventieKompas hun gezondheid te testen.
Na het invullen van de vragen krijgt elke bewoner een individueel preventieadvies waarbij onder meer verwezen wordt naar het aanbod in de wijk. Dat meldt DeStadUtrecht.nl.
Het project is een initiatief van onder meer GG&GD Utrecht, AGIS zorgverzekeraar en UMC Utrecht. In het project wordt gebruik gemaakt van het e-Health platform van het NIPED. Via dit platform ontvangt een deelnemer een persoonlijk advies na het invullen van een vragenlijst. Het op de persoon afgestemde preventieadvies bevat zelfhulpmodules of wijst de weg naar het beschikbare aanbod. Daarnaast kan elke deelnemer via het platform desgewenst gebruik maken van publieksinformatiebronnen, e-consulting of e-Health cursussen. In urgente gevallen volgt medische follow-up. (ICTzorg – ICTzorg / Twitter)
_________________________________________
KNMG wijst klachtenmeldpunt af
19 juli 2011
Artsenorganisatie KNMG ziet geen meerwaarde in een nieuw klachtenmeldpunt. De organisatie zegt dit naar aanleiding van het meldpunt medische missers dat de Consumentenbond afgelopen vrijdag opende.
De bond zegt hiermee de drempel te willen verlagen voor het indienen van een klacht. Bij dit onafhankelijk kenniscentrum, dat de bond zegt te zijn, kunnen mensen onderzoeken of hun zaak kans van slagen heeft. Ook wil de bond in gesprek gaan met zorgaanbieders naar aanleiding van ingediende klachten.
Niet sneller
De KNMG denkt niet dat het instellen van een onafhankelijk kenniscentrum voor meer openheid of een snellere afhandeling van procedures zorgt. Volgens de Consumentenbond is zo’n centrum wel nodig omdat er de afgelopen tien jaar geen verbetering te zien zou zijn in de openheid over medische missers onder artsen en hulpverleners. De eigen ervaringen van de KNMG wijzen juist op het tegendeel, zegt de organisatie.
Onmogelijke bewijslast
Ook pleit de bond voor een omgekeerde bewijslast, wat inhoudt dat niet de patiënt moet bewijzen schade te hebben geleden, maar de arts moet bewijzen dat hij juist heeft gehandeld en dat eventuele schade niet uit zijn handelen voortvloeit. Dit zadelt artsen met een onmogelijke bewijslast op. Bovendien is dit in strijd met het uitgangspunt dat in het Nederlandse recht iedere burger zijn eigen schade draagt. Alleen op het moment dat artsen hun dossier niet goed bijhouden, kan de bewijslast verschuiven van patiënt naar arts, vindt de KNMG. (Zorgvisie-Carina van Aartsen)
_________________________________________
Vlaanderen en Microsoft starten innovatiecentrum e-health
3 augustus 2011
De Vlaamse regering en Microsoft willen een Microsoft Innovation Center (MIC) over gezondheidszorg en e-health gaan opzetten.
Een MIC is een centrum waar overheden, academici en ondernemingen samenwerken bij onderzoek, technologie en software-toepassingen.
Het MIC Vlaanderen wil op een termijn van drie jaar dertig tot veertig bedrijven creëren. Dat moet drie- tot vierhonderd nieuwe banen opleveren. De operationele activiteiten gaan in Kortrijk en Genk plaatsvinden. (ICTzorg – ICTzorg / Twitter)
_________________________________________
Trage websites kosten geld
8 augustus 2011
Nederlandse computergebruikers wachten dagelijks in totaal zevenhonderdduizend uur op het laden van websites. Dat concludeert de website speedprof.com op basis van eigen onderzoek. Speedprof vergeleek de resultaten van eigen metingen met onderzoeken van onder meer Google en TNS Nipo.
“Veel mensen denken dat trage sites een probleem is uit het verleden”, zegt Willem de Groot, een van de onderzoekers. “Maar de mensen die sites maken, hebben zelf vaak de snelste verbindingen en stoppen hun creaties vol met grafische toeters en bellen. Zij realiseren zich doorgaans niet dat de gemiddelde bezoeker er wel vijf keer zo lang op moet wachten. Bijkomend probleem is de trage verbinding van smartphones en tablet-computers. Nog weinig sites zijn geoptimaliseerd voor mobiele netwerken.”
Economie
“Collectief wachten op trage sites heeft ook een economische implicatie. Stel dat de gemiddelde site twee keer zo snel zou laden, dan bespaart dat twee minuten per persoon per dag. In Nederland alleen staat dat voor een arbeidsproductiviteit van een paar miljard euro”, zegt Donald Res, oprichter van het SpeedProfs.com kennisplatform. (ICTzorg – ICTzorg / Twitter)
_________________________________________
Prins Constantijn spreekt tijdens MiC
16 augustus 2011
Op donderdag 10 november geeft ZKH Constantijn van Oranje, lid van het kabinet van Eurocommissaris Neelie Kroes, een presentatie geven over de digitale agenda van Europa in healthcare. Hij doet dit op het congres MIC2011 dat plaatsvindt op 10 en 11 november.
Dit jaar is het congres een samenwerking tussen de organisaties VMBI, IHE Nederland, MIM, NPCF, NVMA, RIVM, Universiteit Twente en de V&VN/VZI. Tijdens het congres wordt verder aandacht gegeven aan de laatste ontwikkelingen op zorgict zoals personal health record, keteninformatiesystemen, cloud, Europese uitwisseling en serious gaming. (ICTzorg – ICTzorg / Twitter)
_________________________________________
Tele-ic redt intensive care kleine ziekenhuizen
16 augustus 2011
Door gebruik te maken van tele-intensive care (tele-ic) kunnen intensivisten op afstand ic’s niveau 1 in kleine ziekenhuizen in de gaten houden. Door dit project van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam kan de intensive care van het MC Zuiderzee in Lelystad blijven bestaan. Het project is genomineerd voor de Spider Award 2011.
Op de kleinste afdelingen intensive care, niveau 1, is alleen tijdens kantooruren een intensivist aanwezig. Buiten kantoortijden kan in geval van nood wel een dienstdoende anesthesist of internist worden gebeld, maar deze is doorgaans niet fysiek aanwezig in het ziekenhuis en niet specifiek geschoold in intensive care-geneeskunde. Hierdoor worden de patiënten ’s nachts niet optimaal begeleid. Dat moet veranderen met tele-ic.
In de uren dat de intensivist in het Zuiderzee ziekenhuis niet aanwezig is, krijgt de intensivist op afstand de controle. Via een speciale data- en videoverbinding houdt deze arts vanaf een centrale plek alles in de gaten en begeleidt hij het ziekenhuispersoneel op afstand.
Kwaliteit
“De tele-intensivist houdt contact met het andere ziekenhuis via zes schermen en een live hd-videoverbinding”, legt Emmy Rood uit. Zij is adviseur unitoverschrijdende en regionale ICT-projecten aan het OLVG. “Verpleegkundigen kunnen zo makkelijk overleggen met de arts op afstand. Als er problemen ontstaan, kunnen zij onder leiding van de monitorende arts direct actie ondernemen. Voorafgaand aan tele-ic was er een drempel om een intensivist om hulp te vragen omdat deze uit bed gebeld moest worden.”
Rood legt verder uit dat de oplossing er ook voor zorgt dat patiënten minder snel overgeplaatst moeten worden. “Doordat buiten kantoortijden nu ook de juiste medische kennis beschikbaar is, zullen patiënten minder snel overgeplaatst worden. De patiënten die toch een hoger niveau ic nodig hebben, kunnen tijdiger verplaatst worden doordat er constante monitoring plaatsvindt.”
Kosten
De tele-ic is interessant voor kleine ziekenhuizen die worstelen met hun ic niveau 1. Rood: “Wanneer zij hun ic behouden, mogen zij verschillende operaties blijven uitvoeren. Bovendien is het goedkoper voor de zorg. Als een kleine ic sluit, verplaatsen de bedden zich naar een hoger niveau ic. Meer bedden op deze afdeling zorgt voor hogere kosten.”
Toekomst
Doelstelling van het project is om in de komende jaren meerdere ic’s van kleine ziekenhuizen aan te sluiten op de centrale controleplek. “Dat is belangrijk om het project zinvol en rendabel te maken. Nu nog werken we met één locatie die we op afstand controleren. We wilden goed weten hoe het loopt en kinderziektes uit het proces halen. Doelstelling is om dit jaar twee andere remote sites toe te voegen. Voor volgend jaar staan ook enkele kleine ic’s in de planning. (Zorgvisie – Mark van Dorresteijn | Twitter)
De Spider Award
_________________________________________
‘EPD kan doorstart maken’
22 augustus 2011
Een aantal koepelorganisaties van huisartsen en apothekers concludeert dat het elektronisch patiëntendossier (EPD) toch kan worden ingevoerd. Het EPD, waarmee artsen medische informatie over patiënten kunnen uitwisselen, sneuvelde dit voorjaar in de Eerste Kamer. De senatoren vreesden dat de privacy van patiënten onvoldoende kon worden gewaarborgd. Aan de jarenlange voorbereiding van het megaproject was toen al ongeveer 300 miljoen euro besteed.
De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de apothekersorganisatie KNMP en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) hebben een vertrouwelijk voorstel gepresenteerd om toch een digitaal patiëntendossier te kunnen invoeren dat de privacy van de patiënt volledig garandeert. Dit voorstel is in handen van het ANP.
Verhoging tarieven
Het EPD zou voortaan Servicecentrum voor Zorgcommunicatie gaan heten. Het plan zou 10 miljoen per jaar kosten. Zorgverzekeraars zouden bereid zijn de kosten te dragen. Ze zouden die doorberekenen via een verhoging van de tarieven die artsen en apothekers voor hun werk krijgen.
Nictiz, de organisatie die belast was met de oprichting van het EPD, heeft na het afblazen van het project opdracht gekregen te onderzoeken of een doorstart mogelijk is. Bronnen rond de vijf koepelorganisaties zeggen goede hoop te hebben dat Nictiz hun voorstel heeft overgenomen. De organisatie zou minister Edith Schippers van VWS inmiddels hebben geïnformeerd over haar standpunt.
Patiëntveiligheid
Een woordvoerder van Nictiz bevestigt dat de brief aan de minister is verstuurd, maar wil niet ingaan op de inhoud van het advies. De vijf belangenorganisaties van artsen en apothekers vinden dat een centraal patiëntendossier een belangrijk middel is om de patiëntveiligheid te verbeteren. Als patiënten, zoals bij bijvoorbeeld senioren veel voorkomt, behandeld worden door diverse artsen, kunnen die hun behandelingen op elkaar afstemmen. Dat voorkomt veel medische complicaties. (Zorgvisie – Carolien Stam)
_________________________________________
‘CareIP en Beeldtelefoon in open source’
23 augustus 2011
“Zorginstellingen en hun bewoners profiteren van een open source VoIP-netwerk”, stelt directeur Ben de Kraker van IGCN Automatisering. Het bedrijf heeft onlangs, in samenwerking met Zibber, zo’n netwerk gerealiseerd in Hilversum. Het systeem is aangemeld voor de Spider Award 2011.
Open source staat voor gratis software die aangepast kan worden naar de wens van de gebruiker. Recentelijk heeft IGCN bij 150 zorgwoningen in Hilversum het alarmeringssysteem careIP en beeldtelefoons geplaatst. Deze zijn gekoppeld aan een VoIP-netwerk dat draait op opensourcesoftware. Dit netwerk maakt het mogelijk om telefonie of andere communicatie via internet te versturen.
Vrijheid
De Kraker legt uit dat open source veel voordeel biedt voor zorginstellingen. “Instellingen zijn niet meer afhankelijk van de huidige aanbieders. Die beperken organisaties door gesloten systemen aan te bieden waardoor het praktisch onmogelijk is om over te stappen. Een opensourcesysteem kan zonder problemen door een andere partij worden beheerd. Daarmee wordt het systeem direct toekomstbestendig. Tevens worden er geen kosten voor de software in rekening gebracht waardoor deze oplossing ook prijstechnisch aanzienlijk interessanter is.”
VoIP
Aan het VoIP-systeem kunnen allerlei apparaten van verschillende leveranciers toegevoegd worden. “Denk aan camera’s, brandmelders, piepers, deurslot- en alarmeringssystemen. Het wordt dan mogelijk om een extra brandmelder te installeren bij een bewoner met epilepsie die graag een sigaar in zijn kamer rookt. Het systeem is ook toekomstbestendig door het IPv6-principe waarbij elke vierkant centimeter op aarde een ip-adres heeft. Daarnaast komen er steeds meer mogelijkheden beschikbaar om aan te sluiten op het systeem. Een recente ontwikkeling is de elektrische pillendoos die een signaal geeft als mensen hun medicijnen vergeten.”
Voordelen voor bewoners
Het werken via internet biedt voordelen voor de hulpbehoevenden. “Door de alarmeringstoestellen te koppelen aan internet wordt het direct zichtbaar als er problemen zijn”, verklaart De Kraker. “Bij analoge toestellen, wordt dit vaak pas de volgende dag opgemerkt. Tweede voordeel is dat hulpverleners gebruik kunnen maken van de beeldtelefoons wanneer er alarm geslagen wordt. Zij kunnen via een smartphone inbellen op de beeldtelefoon van de hulpbehoevende. Op dat moment kan er adequaat actie worden ondernomen.” Verder kan de bewoner beeldbellen met de familie waarbij Zibber zorgt voor de ondersteuning. Tot slot kan de bewoner kijken wie er voor de deur staat wanneer er wordt aangebeld.
IGCN
IGCN noemt zichzelf sparring partner voor automatisering in de zorg. De Kraker: “Wij zijn ontstaan vanuit de overkoepelende organisatie voor zorgverzekeraars in Nederland, en dan de particuliere tak zoals die destijds nog bestond. Op een gegeven moment werd onze afdeling verzelfstandigd en is besloten onder eigen vlag te gaan werken. Onze klanten zijn vooral thuiszorgorganisaties en verpleeg- en verzorgingstehuizen.” (Zorgvisie – Mark van Dorresteijn | Twitter)
_________________________________________
‘St. Antonius is meest gezonde topklinische ziekenhuis’
13 augustus 2009
Het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein is financieel gezien het meest gezonde topklinische ziekenhuis, blijkt uit onderzoek van AME Research. Het Martini Ziekenhuis in Groningen presteert het slechtst.
Het onderzoeksbureau maakt een rangorde aan de hand van de operationele marge, de solvabiliteit en het rendement op het vermogen van de topklinische ziekenhuizen. De tweede plaats voor de financiële prestaties in 2008 gaat volgens deze berekening naar het Medisch Centrum Haaglanden. Het Amphia ziekenhuis in Breda staat op de derde plaats.
Martini Ziekenhuis
Het Martini Ziekenhuis in Groningen staat onderaan de ranking van AME Research. Van de 26 topklinische ziekenhuizen scoort dit ziekenhuis het slechtst. Het is “nauwelijks solvabel”, volgens het onderzoeksbureau. Verder heeft het Martini Ziekenhuis een negatief rendement op het totale vermogen. Andere zwakke broeders zijn het Máxima Medisch Centrum en het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht.
‘Ziekenhuis interessant als investering’
Een topklinisch ziekenhuis kan een mooi beleggingsobject voor investeerders zijn. De 26 topklinische ziekenhuizen hoeven maar vier procent op hun totale bedrijfskosten te besparen om een bedrijfsresultaat van bijna zeven procent van hun omzet te bereiken. Dit resultaat is marktconform. Zo voegen zij economische waarde toe in een financieel concurrerende omgeving. Volgens het onderzoek is dit een haalbare doelstelling. De topklinische ziekenhuizen moeten dan wel gezamenlijk 247 miljoen euro besparen door “een groter kostenbewustzijn”.
Topklinische ziekenhuizen
Een topklinisch ziekenhuis dient hooggespecialiseerde zorg te verlenen. Zij moeten ook onderwijs en opleidingsmogelijkheden bieden en in samenwerking met universitair medische centra wetenschappelijk onderzoek toepassen in de praktijk. De ziekenhuizen werken samen vanuit de vereniging Samenwerkende Topklinische opleidingsziekenhuizen. (Zorgvisie – Nico van Wijk)
De tweede plaats voor de financiële prestaties in 2008 gaat volgens deze berekening naar het Medisch Centrum Haaglanden. Het Amphia ziekenhuis in Breda staat op de derde plaats.
_________________________________________
Schippers twijfelt niet aan UZI-pas
25 augustus 2011
Het elektronisch authenticatiemiddel voor de zorg, de UZI-pas, voldoet aan strenge eisen en kent een zeer hoog beveiligingsniveau. Daardoor is er geen reden om aan de pas te twijfelen. Dat stelt minister Schippers van VWS in antwoorden op Kamervragen van PVV’er Karen Gebrands.
Schippers stelt wel dat het belangrijk is dat gebruikers zorgvuldig omgaan met de pas. “Het is de verantwoordelijkheid van een zorginstelling om ervoor te zorgen dat haar informatiebeveiliging, inclusief het juiste gebruik van de UZI-pas op orde is.”
Onjuist gebruik
De UZI-pas kan worden ingetrokken, zo legt Schippers uit, wanneer het toegangsmiddel onrechtmatig gebruikt is of indien de gebruiker niet voldoet aan de aanwijzingen of regels met betrekking tot het beheer, de beveiliging en het gebruik van de pas.
Toezicht
De IGZ houdt toezicht op het gebied van de UZI-pas. Schippers: “Handhaving vindt plaats door middel van een schriftelijk bevel door de IGZ of een schriftelijke aanwijzing door de minister. De verplichtingen opgenomen in het bevel en de aanwijzing kunnen gehandhaafd worden door middel van bestuursdwang of een last onder dwangsom.” Daarnaast kent de Wet BIG de mogelijkheid om een geregistreerde beroepsbeoefenaar tuchtrechtelijk te vervolgen als deze de tuchtnormen overtreedt.
UZI-pas
Met de UZI-pas kunnen zorgverleners en indicatieorganen via de elektronische weg op een veilig manier toegang krijgen tot vertrouwelijke patiëntinformatie. De pas kan ook gebruikt worden om patiëntinformatie beschikbaar te stellen aan collega zorgverleners die hun patiënten behandelen. Net als het reguliere paspoort is de pas een persoonsgebonden waardedocument. (Zorgvisie – Mark van Dorresteijn | Twitter)
_________________________________________
KNMG: ‘Arts moet leren van kapper en garagehouder’
29 augustus 2011
Artsen moeten klantgerichter worden. Dat stelt. Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, voorzitter van de artsenfederatie KNMG.
“Waarom snappen kappers en garagehouders wél dat ze hun klanten niet onnodig moeten laten wachten, maar is dat niet bij alle artsen het geval?”, zegt Nieuwenhuijzen Kruseman. Hij noemt het voorbeeld van een polikliniek van een ziekenhuis waar alle patiënten om negen uur moeten verschijnen. “Terwijl sommigen pas vier uur later aan de beurt zijn. Dan vraag ik: Waarom doen jullie dat? En dan zeggen de dokters: Dat is handig, want dan zitten ze al klaar.”
Niet te geloven
Volgens de voorman van de artsenorganisatie is dat ‘niet te geloven’. Maar er zijn meer voorbeelden. Zo moet hij erkennen dat het ook nog steeds voorkomt dat patiënten zitten toe te kijken hoe er eerst een taart de spreekkamer in wordt gedragen, en daarna een dienblad met kopjes zodat de medewerkers van de afdeling een verjaardag kunnen vieren, terwijl de wachtkamer vol zit.
Economische crisis
Hoe het komt dat veel artsen hun eigen ding blijven doen? De voorzitter haalt zijn schouders op: “Makelaars en notarissen verdienen minder als er een economische crisis heerst. Maar bij artsen speelt dat niet. Patiënten komen toch wel. Ik wil daarbij aantekenen dat er natuurlijk ook veel dokters zijn die heel toegewijd met hun patiënten omgaan.”
Ivoren toren
In de jaren zeventig, de tijd dat Nieuwenhuijzen Kruseman medisch student was, stonden artsen nog onaantastbaar op een voetstuk. “Als iemand een ernstige ziekte had, dan vertelde je hem dat niet. De patiënt vroeg er ook niet naar. De dokter zat in een ivoren toren, en wat hij deed was goed.”
Kapper
Inmiddels is het voetstuk voor een groot deel verdwenen. “Maar het moet nóg vanzelfsprekender worden dat je mensen op tijd helpt, en excuses aanbiedt als ze een kwartier moeten wachten. Dat doet een kapper toch ook?”
Kwaliteit
De KNMG kan een dokter niet dwingen zijn opstelling jegens de patiënt aan te passen. ‘De markt’ zal volgens Kruseman het werk moeten doen. “Sinds een aantal jaar moeten ziekenhuizen met elkaar concurreren. Ze moeten de beste kwaliteit en goede zorg leveren aan de patiënten. Die kunnen steeds vaker op internet zien in welk ziekenhuis ze lang moeten wachten en hoeveel heroperaties er moeten worden uitgevoerd omdat er iets mis is gegaan. De patiënten gaan dan vanzelf naar het ziekenhuis waar de hulp wel goed is. Als uiteindelijk minder patiënten naar een bepaalde dokter toegaan, gaat hij of zij vanzelf om.”
Cultuuromslag
Hoelang het gaat duren voordat de cultuuromslag een feit is? De KNMG-voorzitter: “Ik denk een generatie.” (ANP – Wouter van den Elsen / Twitter
_________________________________________
Loek Winter neemt kliniek DeLairesse over
30 augustus 2011
Kliniek DeLairesse in Amsterdam Zuid maakt sinds kort deel uit van de DC|Groep. Zorgondernemer en directeur van DC Groep Loek Winter heeft de kliniek samen met investeerder Tinseltown overgenomen.
Kliniek DeLairesse bestaat 15 jaar en biedt zowel verzekerde en onverzekerde zorg, waar onder orthopedie, neurologie, gynaecologie en plastische chirurgie. Binnenkort wil de kliniek starten met endoscopie. Ook operatieve ingrepen worden binnenkort uitgevoerd.
Ziekenhuis
De DC|Groep bestaat nu uit tien vestigingen, onder andere in Rotterdam, Den Haag, Maastricht en Almere. Winter is ook bestuursvoorzitter van de MC Groep, die begin 2009 de IJsselmeerziekenhuizen met locaties in Emmeloord en Lelystad overnam. In 2008 wilde Winter zich inkopen in het Sint Jansgasthuis in Weert, maar die transactie ketste af. (Zorgvisie-Carina van Aartsen)
_________________________________________
‘Menselijk handelen grootste risico bij medische technologie’
19 augustus 2011
Risico’s bij de inzet van medische technologie wordt vooral veroorzaakt door onzorgvuldig gebruik van de techniek of toepassing. Dat blijkt uit het rapport ‘Medische Technologie at risk?’ van de Expertgroep Medische Technologie (EMT).
De simpelste oplossing om risico’s te voorkomen is volgens de expertgroep reductie van het aantal menselijke fouten. De experts keken voor het rapport naar de vijf meest risicovolle toepassingen van medische technologie: actieve implantaten, in-vitro diagnostica, disposables en chirurgisch instrumentarium, elektromechanische hulpmiddelen en thuiszorgtechnologie.
Reductie menselijke fouten
De menselijke fouten kunnen worden teruggebracht door checklists in te voeren en het voorraadbeheer te verbeteren. Daarnaast zouden registratiesystemen uitkomst kunnen bieden bij het ontdekken van veelvoorkomende problemen of complicaties. De onderzoekers wijzen daarbij naar een Scandinavisch systeem. Daar wordt gewerkt met een nationaal registratiesysteem voor alle orthopedische procedures.
Coördinatie van medische technologie
De EMT pleit verder voor een coördinator medische technologie die verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van de medische technologie. “In de huidige situatie is vaak niet duidelijk wie probleemeigenaar is en dreigen zaken tussen wal en schip te geraken.” De coördinator rapporteert direct aan de raad van bestuur en fungeert als meldpunt voor incidenten. De eindverantwoordelijkheid moet wel blijven liggen bij het bestuur, vinden de experts.
_________________________________________
‘Marktplaats’ voor banen in Brabantse ziekenhuizen
7 september 2011
Het Amphia ziekenhuis, het St. Elisabeth Ziekenhuis, het Jeroen Bosch Ziekenhuis en het Máxima Medisch Centrum beginnen via internet een soort ‘Marktplaats’ om aan personeel te komen. Dat maakten de vier ziekenhuizen bekend.
Door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, hopen de vier ziekenhuizen te voorkomen dat duur extern personeel moet worden ingeschakeld. Het systeem moet binnen enkele weken in de lucht zijn. Vanaf januari kunnen ook andere ziekenhuizen zich bij de zogenoemde Talenten Management Bank aansluiten.
Besparing
De ziekenhuizen verwachten dat ruim zestig procent van de vraag naar tijdelijk personeel onderling kan worden opgelost. Dat zou een besparing betekenen van honderdduizenden euro’s per ziekenhuis. Voor de vacatures die niet intern kunnen worden vervuld, kunnen detacheringsbureau’s en ZZP’ers zich inschrijven.
Afzonderlijke websites
Medewerkers die van baan willen veranderen, moeten nu nog de websites van elk afzonderlijk ziekenhuis bekijken om te weten te komen welke vacatures er zijn. “Er zijn zo’n 100 ziekenhuizen in Nederland, die bekijken de markt tot nu toe vooral vanuit hun eigen perspectief”, aldus een woordvoerder van het Máxima Medisch Centrum. Met de komst van het nieuwe systeem moet dat veranderen. (Zorgvisie
Kennis en ervaring delen
Tot slot moet het delen van kennis en ervaring geprikkeld worden, zodat “niet steeds het wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden”. Instellingen zouden bij elkaar kunnen kijken om van elkaar te leren. De onderzoekers bevelen tot slot aan om verschillende disciplines vaker bij elkaar te laten kijken. Niet alleen om van elkaar te leren, maar ook omdat het zorgt voor trots op de afdelingen waar het goed gaat. (Zorgvisie)
_________________________________________
‘Faillissement dreigt voor kleine ziekenhuizen’
6 september 2011
De toenemende risico’s, de zwakke vermogenspositie en de concentratie van ziekenhuiszorg vormen vooral voor kleine ziekenhuizen een bedreiging. Dat concludeert het adviesbureau Quintessence HealthCare op basis van de jaarverslagen van ziekenhuizen.
Het adviesbureau Quintessence HealthCare heeft de jaarverslagen van ziekenhuizen doorgenomen van 2004 tot 2011. Op het eerste gezicht lijken ziekenhuizen er goed voor te staan. De nettowinst is gegroeid naar 323 miljoen euro bij een omzet van ruim 21 miljard euro en de personeelskosten dalen.
Kleine ziekenhuizen kwetsbaar
Maar er zijn grote verschillen tussen instellingen. 55 procent van de ziekenhuizen heeft een lager eigen vermogen dan 15 procent en kan daardoor niet gebruikmaken van de garanties van het Waarborgfonds voor de Zorgsector. Zij zijn voor hun geld afhankelijk van banken. Die schroeven hun eisen steeds verder op. Ze hanteren nu zelfs de eis 20 procent eigen vermogen. Zorginstellingen die dat niet hebben, betalen een hogere rente. “Vooral kleine ziekenhuizen met een klein vermogen zijn kwetsbaar, omdat hun omzet klein is”, waarschuwt Mark Sluiter van het adviesbureau Quintessence HealthCare. “Zij kunnen niet, zoals grote ziekenhuizen, hun risico spreiden met een groot zorgvolume.”
Concentratie bedreigt kleine ziekenhuizen
Een andere bedreiging vormt de concentratie en spreiding van zorg. “De bedoeling van het overheidsbeleid is dat kleine ziekenhuizen de complexe dure ingrepen afstoten aan grote ziekenhuizen in de buurt. Maar het is allerminst zeker dat ze daar de eenvoudigere goedkopere ingrepen voor terugkrijgen. Kleine ziekenhuizen doen er goed aan afspraken te maken met verpleeg- en verzorgingshuizen en huisartsen om hun regionale positie te verstevigen.”
Afhankelijk van b-segment
Een extra moeilijkheid voor kleine ziekenhuizen is dat ze veel zorg leveren die in het het b-segment van dbc’s vallen. Daarvoor gelden vrije prijzen. Minister Edith Schippers van VWS vergroot het b-segment in 2012 naar 70 procent. Nu valt 66 procent van de dbc’s nog in het a-segment, dat de zekerheid biedt van vaste prijzen.
Faillissementen kleine ziekenhuizen
Alle ontwikkelingen samen vormen een bedreiging voor kleine ziekenhuizen. “Faillissementen van kleine ziekenhuizen zijn niet te voorkomen als ze niet tijdig anticiperen”, stelt Sluiter. “Zeker als ze in een gebied zitten met een neerwaartse economie, zoals Oost-Groningen, of als ze onvoldoende inkomsten hebben om hun vastgoeduitgaven te dekken.”
Maandelijks factureren
Een verandering van het declaratiesysteem zou het voor ziekenhuizen makkelijker maken om over geld te beschikken is. Ze moeten nu gemiddeld 69 dagen op hun geld wachten, omdat ze pas een rekening mogen sturen als een dbc is afgesloten. “Als ziekenhuizen maandelijks rekeningen kunnen sturen, hoeven ze minder geld te lenen bij banken.”
_________________________________________
Radboud lanceert videowebsite voor gezondheidservaringen
26 september 2011
Het Radboud REshape & Innovation Center, onderdeel van het UMC St Radboud, heeft afgelopen vrijdag de videowebsite Myhealthstory.me gelanceerd. Op deze site kunnen patiënten en zorgverleners video’s plaatsen over hun ervaringen met ziekte, aandoeningen, behandeling en acceptatie.
Sociale media worden in toenemende mate gebruikt om ervaringen te delen over ziekte, behandeling, genezing of acceptatie van een ziekte of aandoening. De introductie van Myhealthstory.me voegt hier volgens het REshape & Innovation Center een nieuwe dimensie aan toe.
Myhealthstory.me
Myhealthstory.me biedt patiënten en zorgverleners een wereldwijd platform waarop zij, via hun persoonlijke YouTube-account, filmpjes kunnen uploaden met de tag ‘Myhealthstory.me’ en zo ervaringen kunnen delen.
Medisch studenten screenen de filmpjes, waarna ze beschikbaar zijn op de website. Zo ontstaat een grote database van beeldmateriaal van patiënten en zorgverleners over ziektebeelden, waarvan patiënten, zorgverleners en opleiders gebruik kunnen maken. Voor patiënten is deze site een bron van informatie. Ook zorgverleners en medisch studenten kunnen veel leren, want patiënten vertellen waar zij werkelijk behoefte aan hebben. Myhealthstory.me biedt zorgprofessionals ook de mogelijkheid om hun verhaal over veranderingen in de gezondheidszorg te delen. De website is wereldwijd toegankelijk voor alle patiënten en zorgverleners die er gebruik van willen maken. Myhealthstory.me is in eerste instantie Nederlands- en Engelstalig. Snel volgen ten minste elf andere talen.
Luisteren naar zorgverhalen
Volgens Lucien Engelen, directeur Radboud REshape & Innovation Center, komt een wens tot vervulling. “Namelijk het gebruik van sociale media om werkelijk te kunnen luisteren naar zorgverhalen, om zo samen met patiënten, familie en zorgverleners de zorg te kunnen verbeteren. Het idee kwam tot stand in samenwerking met Roni Zeiger (Chief Health Strategist), Gilles Frydman en e-patiënt Dave.” (ICTzorg – Mark van
_________________________________________
NU’91: Ruim duizend klachten over onderbezetting zomer
27 september 2011
Deze zomer heeft beroepsorganisatie NU’91 1050 klachten binnen gekregen over onderbezetting in de zorg. Het meldpunt was geopend van 21 juli tot half september.
Het meldpunt was opgezet zodat verpleegkundigen en verzorgers hun klachten over onderbezetting kwijt konden. Uit het hele land kwamen volgens de beroepsorganisatie klachten binnen. Verpleeg- en verzorgingshuizen, de thuiszorg en ziekenhuizen hadden het meeste gebrek aan personeel.
Klachten
Bij het meldpunt kwam onder andere een klacht binnen van een 18-jarige student van de toneelschool, die zonder begeleiding mensen moest wassen, terwijl hij juist met alles behalve mensen wassen wilde helpen. Bij de geestelijke gezondheidszorg (ggz) is het een aantal keer voorgekomen dat een afdeling onbemand was. Zelfs het 24-uursnummer voor ambulante patiënten was niet altijd bereikbaar. (Zorgvisie – Mark van Dorresteijn | Twitter)
_________________________________________
‘Top-100′ sterkste ziekenhuismerken
5 september 2011
UMC Utrecht is voor de gemiddelde Nederlander het ziekenhuis met de sterkste reputatie. Het UMC St. Radboud in Nijmegen en het AMC in Amsterdam bezetten plaats twee en drie.
De koppositie dankt het UMC Utrecht aan de nationale bekendheid van de organisatie en de hoge waarderingsscore. Ook als men het ziekenhuis nog nooit heeft bezocht, heeft men veel vertrouwen in het UMC Utrecht.
94 ziekenhuizen
Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek door Hendrik Beerda Brand Consultancy naar de merkkracht en het imago van alle 94 academische, gespecialiseerde en algemene ziekenhuizen van Nederland. Hiervoor zijn 4700 respondenten ondervraagd. Dit zijn volgens de onderzoeker niet alleen de patiënten van de instelling, maar ‘de gehele Nederlandse bevolking.’
Sterke merken top-10
1. Universitair Medisch Centrum Utrecht
2. UMC St Radboud, Nijmegen
3. AMC Amsterdam
4. Erasmus MC, Rotterdam
5. Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam
6. Universitair Medisch Centrum Groningen
7. VU Medisch Centrum, Amsterdam
8. Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)
9. Bronovo Ziekenhuis, Den Haag
10. Slotervaart Ziekenhuis, Amsterdam
Lees hier de volledige ‘top-100′ (eigenlijk 94)
Drie fasen
De onderzoeker stelt dat een sterk merk zich in drie fasen ontwikkelt. Allereerst de bekendheid van de instelling, daarop volgend de waardering die mensen ervoor hebben en tenslotte de binding aan de instelling. Beerda: “Logischerwijs voelen patiënten de sterkste binding met het ziekenhuis. Opvallend vind ik de sterke binding en waardering onder bezoekers van het ziekenhuis.”
Beeldbepalend
Beeldbepalend voor ziekenhuizen zijn vooral de deskundigheid van de medisch specialisten, vriendelijk personeel, een prettige sfeer en een goede bereikbaarheid met eigen of openbaar vervoer. Korte wachttijden vindt ‘de Nederlander’ minder belangrijk. Een goede prijs/kwaliteitverhouding van de medische zorg, speelt al helemaal geen rol van betekenis in de waardering voor een ziekenhuis. Over het geheel genomen, laten de onderzoeksresultaten weinig verschil zien tussen de ziekenhuizen. De profielen komen voor 75 procent met elkaar overeen. Uit het onderzoek komt wel duidelijk naar voren dat universitair medische centra een landelijke uitstraling hebben en algemene ziekenhuizen zijn alleen in hun regio worden bekend. (Zorgvisie-Carina van Aartsen)