Trendonderzoek VVAA
Wat geld(t) in de zorg?
Trendonderzoek VVAA naar kwaliteit en toegankelijkheid in de zorg
Nederlandse consumenten en patiënten zijn tevredener over de kwaliteit en toegankelijkheid van hun gezondheidszorg dan andere Europeanen over hun zorg, zo meldt de Euro Health Consumer Index 2009. Maar het Kabinet meent dat het nog veel beter kan: de basiszorg moet dichter bij de patiënt worden georganiseerd, de bereikbaar verbeterd en het innovatietempo opgeschroefd. Terwijl het Kabinet tegelijkertijd forse bezuinigingen aankondigt om de snel oplopende zorgkosten te beheersen. Hoe denken bestuurders en zorgaanbieders eigenlijk zelf over de zorg? Over de consequenties van de bezuinigingen? En wie moet daar voor opdraaien?
Ans Ankoné
Bestuurders[1], eerstelijn- [2]en tweedelijnzorgverleners – geven het Nederlandse systeem een ruime voldoende. Kwaliteit en toegankelijkheid worden met een 7.3 gewaardeerd. Hun antwoorden zijn zowel beeldend, dubbelzinnig als vermakelijk. De curatieve sector ziet de toekomst namelijk nogal somberder in: 31% van de bestuurders vreest dat de zorg zal verslechteren tegenover 46% van de eerstelijns- en 57% van de tweelijnszorgverleners, maar dat geldt wat de zorgverleners betreft niet zozeer de toegankelijkheid: slechts respectievelijk 15, 8 en 4% denkt dat die slechter wordt. Opmerkelijk is nu dat de bestuurders de verslechtering vooral bij anderen verwachten. Het merendeel (64%) verwacht dat de kwaliteit van de eigen zorg nog zal toenemen. Dus de concurrente levert slecht werk? De eerstelijnszorgverleners (46%) denkt daar minder positief over en in de tweedelijn zijn ze verdeeld: daar denkt ruim een kwart (27%) dat de zorg slechter wordt, maar ruim een derde (36%) dat de kwaliteit nog zal toenemen. De grootste bedreiging voor handhaving van het kwaliteitsniveau is de bureaucratie, menen de respondenten, daarna pas noemen zij de aangekondigde forse bezuinigingen. Wat zijn dan de argumenten? De werkgroep Curatieve Zorg concludeerde vorig jaar dat er nog zes miljard Euro kan worden bezuinigd. Bijna de helft (44%) van de eerstelijn is het daarmee eens, de bestuurders en de tweedelijn iets minder (39% resp. 31%). Toch geven zij het Kabinet slechts een vijf voor de bezuinigingsplannen. Zij voorspellen dat de gevolgen van de plannen – pakketbeperking, verhoging eigen risico en reductie van het aantal SEH’s – zorgwekkend zullen zijn omdat deze de kwaliteit en toegankelijkheid negatief beïnvloeden. Bijna tweederde (58%) van de zorgverleners vreest zelfs een stijging van de kans op complicaties omdat de bereikbaarheid afneemt, menen de bestuurders (67%) en de betaalbaarheid, meent de eerstelijn. De tweedelijn vreest vooral dat de innovatie zal teruglopen. Eigenlijk concludeert de zorgsector dat het Kabinet niet op de juiste wijze en op de juiste posten bezuinigt.
De helft van de bestuurders weet niet precies waar het geld vandaan komt en de dokters denken nog steeds dat de zorgverzekeraars financieel het meest profiteert
Wie moet bezuinigen en wie betaalt?
Wie wil bezuinigen moet wel weten waar dat het beste kan gebeuren. Op de bureaucratie? Dus ook de registratie van de zorgkwaliteit, van doublures in de zorg, van ongelijkheid in behandeling, van de effectiviteit en efficiëntie van behandelingen verminderen? En wie is de gerede partij om te bezuinigen? Natuurlijk altijd de andere partij. Maar om die aan te wijzen is wel enige kennis van de geldstromen nodig. Echter, slechts de helft van de bestuurders (49%) blijkt een duidelijk beeld te hebben van de geldstromen en het overgrote deel van de zorgverleners heeft er nauwelijks een idee van. Dat de burger het meest betaalt (28,6 miljard) en daarna de werkgevers (14,3 miljard) en dus niet de overheid (6,4 miljard) weet 62% van de bestuurders, 48% van de eerstelijn- en slechts 46% van de tweedelijnzorgverleners. Bij wie moet dus primair worden bezuinigd? Bij de zorgverzekeraars, vinden de zorgverzekeraars. Hun motivatie? De zorgverzekeraars profiteren het meest van de Nederlandse gezondheidszorg, menen eerstelijn (39%) en tweedelijn (39%) en ook nog veel bestuurders (33%). Als tweede profiteert de Nederlandse economie het meest van de zorg vindt bijna een derde van de bestuurders (31%). Maar de zorgverleners hebben daar een ander beeld van: slechts 12% in de eerstelijn en 22% in de tweedelijn ziet het economische belang van hun werk.
1.Bestuurders en directeuren
2.Huisartsen, apothekers, tandartsen, fysiotherapeuten en verloskundigen