Iris Hobo: “Kan design management bijdragen aan kwaliteits-verbetering?”
16de NVDK Jaarcongres: De digitale wereld in dagbehandeling en kort verblijf
“Met Design Management kan een product aantrekkelijker worden gemaakt, het kan de waarneming positief beïnvloeden, bijdragen aan het leerproces, het gebruikersgenot vergroten en de besluitvorming verbeteren,” aldus Iris Hobo. Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden liet zij tijdens het NVDK-congres zien welke resultaten er met Design Management kunnen worden behaald
Ans Ankoné
Design Management is een begrip dat al bestaat sinds 1907. Voor de werkelijk geïnteresseerden geeft Wikepedia een aardig resumé van de geschiedenis en de toepassing van Design Management.
Iris Hobo licht een aantal problemen toe die uitnodigen tot Design Management. Hobo is partner bij Panton BV, Medische Innovaties, en heeft gestudeerd aan de Design Academie in Eindhoven.
“Is de werkomgeving rommelig, dan is het gedrag van de medewerkers dat meestal ook. Hangen er op de afdeling overal briefjes die moeten verduidelijken wat er van de medewerkers wordt verwacht, dan deugt er iets niet in het design van het werkproces. Zijn de afspraken onduidelijk, dan is de besluitvorming meestal ook chaotisch en worden er geen prioriteiten gesteld. Alvorens te werk te gaan met Design Management wordt dan ook aan alle gebruikers van een werksituatie de vraag gesteld: ‘Wat wit u met elkaar bereiken?’ Vervolgens worden de werkwijze, de technische context en de werkomgeving in kaart gebracht.”
Hobo maakt altijd foto’s van de werkomgeving en houdt de gebruikers hiermee een spiegel voor: “Vaak beseffen de gebruikers niet dat zij in een chaotische omgeving werken. Later constateren zij meestal dat de reorganisatie logisch noodzakelijk was. Het zit er in, maar het komt er vaak niet uit óf omdat gebruikers gewoontegetrouw doorwerken en er de noodzaak niet van inzien óf er door tijdgebrek niet aan toekomen om de zaak te ordenen.”
Praktijkvoorbeeld I
Hobo heeft in het Sint Radboud Ziekenhuis meegewerkt aan verbetering van de patiëntveiligheid rond het OK-complex. “Wij hebben een visuele barrière aan de OK-deuren gehecht om de in- en uitbewegingen te reduceren en de hygiëne te bevorderen. Het effect van deze herordening voor de patiëntveiligheid is dat er nu minder deurbewegingen worden gemeten. Specialisten blijken nu zelfs buiten de OK te wachten om en masse naar binnen te gaan. Wij hebben duidelijke pictogrammen ontworpen die boven de wasbakken hangen en die de volgorde aangeven voor het handenwassen. Het telefoonbord is geordend naar prioriteit en ook het wipe-bord is herordend en gestructureerd.
Het nut hiervan voor de gebruikers is dat patiënteninformatie nu sneller is te vinden. Indien iets in rood is gemarkeerd betekent dit dat deze handeling met spoed moet worden uitgevoerd. Alle instructies zijn door het gebruik van pictogrammen gemakkelijker te volgen, zelfs voor buitenlanders. Het grappige nadeel van al die orde is dat medewerkers van andere afdelingen nu soms zaken van de afdeling verduisteren, puur omdat alles door de betere ordening meteen is te vinden.”
Praktijkvoorbeeld II
Een ander voorbeeld is uitgevoerd in opdracht van het Erasmus Medisch Centrum.
Het is het ontwerp van een veilige werkwijze voor het inbrengen van een tracheacanule door ouders bij hun kinderen.
“De vraag hierbij was: is het mogelijk de ouders hiervoor digitaal te instrueren en te begeleiden? Vanuit de visie dat het goed getrainde en serieuze mantelzorgers betreft, zagen wij dit positief in. Bij het inbrengen van een tracheacanule worden vele materialen gebruikt. De volgorde is daarbij van groot belang. Wij hebben stapsgewijs het gebruik van al deze elementen in pictogrammen aangeduid en digitaal beschikbaar gesteld. Ouders kunnen nu thuis op hun computerscherm met deze pictogrammen oefenen in welke volgorde en met gebruik van welk materiaal zij de canule moeten inbrengen. Bovendien hebben wij filmmateriaal ontwikkeld waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe kinderen van verschillende leeftijden reageren op het inbrengen van de tracheacanule.”
Hobo noemt dit E-learning.
Praktijkvoorbeeld III
Voor het Erasmus Medisch Centrum–Sofia heeft Hobo tevens een methode ontwikkeld voor pijnmeting bij kinderen met het syndroom van Down. Hierbij is de methode gevolgd die Bram Valkenburg voor zijn promotieonderzoek heeft ontwikkeld.
“Mensen met een Downsyndroom reageren trager op pijn, waardoor zij te laat merken dat zij een te hete drank drinken en botbreuken niet opmerken. Zorgverleners hebben hierdoor onvoldoende inzicht in de pijnbeleving van deze patiënten. Bij artrose en rugproblemen, klachten die vaak bij deze patiënten voorkomen, weten hulpverleners niet of de pijnmedicatie voldoende goed werkt. Ook ouders zijn onzeker over hoeveel pijn hun kinderen hebben en weten niet of gebrek aan eetlust of onrust misschien wel te wijten is aan pijn bij hun kind.
Voor het onderzoek zijn 150 kinderen tussen acht en dertien jaar een jaar lang gevolg. De pijnmeting geschiedde met een apparaat dat hitte- en koudeprikkels doorgeeft. Deze prikkels werden langzaam opgevoerd, waarbij aan het kind werd gevraagd aan te geven wanneer zij de hitte- en koudepijn konden voelen. Onderzoekers van de afdeling Kinderchirurgie en van het Pijnkenniscentrum zijn hiervoor met een speciaal voor dat doel ingerichte meetbus langs de ouders en hun kinderen gegaan. Hobo c.s. hebben een passende inrichting voor de meetbus ontworpen. Voor de ouders heeft Hobo een digitale vragenlijst ontwikkeld. Tevens zijn naar de ouders stripverhalen gestuurd om hiermee vóór het onderzoek met hun kinderen te oefenen en ze op hun gemak te stellen. Een stripverhaal vertelt bijvoorbeeld over een kat die in zijn staart werd geprikt en op de pijn reageert met diverse gezichtsuitdrukkingen naar de mate van de pijn. Hierdoor werd het onderzoek voor de kinderen duidelijk spannend, waardoor zij uitstekend meewerkten en reageerden, aldus Hobo.
