Berichten
Klink noemt ICT en e-health essentieel voor betaalbare zorg
26 mei 2010
Demissionair minister Klink van VWS zei in een speech tijdens de WCIT dat ICT en e-health essentieel zijn om de gezondheidszorg bereikbaar en betaalbaar te houden.
“Ik ben er van overtuigd dat innovaties en e-health applicaties die gebaseerd zijn op ICT en het internet in het bijzonder een heel belangrijke rol spelen in het verbeteren van de kwaliteit van zorg”, aldus Klink. Hij noemt als voorbeeld MijnZorgNet dat een aantal zorgnetwerken voor verschillende patiënten samenbrengt. (ICTzorg)
De definitie van kwaliteit van zorg
De afgelopen periode hoorden we verschillende geluiden over de kwaliteit van zorg en hoe deze onder druk staat. Bijna twee derde van het zorgpersoneel verwacht dat de kwaliteit van de zorg afneemt door te weinig geld, te hoge werkdruk en te veel administratie, aldus een enquête van een zorgverzekeraar. Een andere publicatie meldt dat ziekenhuizen miljarden zouden kunnen bezuinigen als ze beter samenwerken en zorg onderling verdelen. Ziekenhuizen en artsen kunnen zich dan specialiseren, waardoor de kwaliteit omhoog kan en de kosten omlaag. Een economisch onderzoek laat zien dat het in loondienst nemen van alle medische specialisten de kwaliteit van de medisch-specialistische zorg in Nederland niet zonder meer zal verbeteren of kosten minder snel zal laten stijgen, maar dat een vorm van prestatiebekostiging en resultaat verantwoordelijke eenheden in ziekenhuizen wellicht een optie zijn. Ten slotte zouden het vereenvoudigen van processen in de GGZ, in verpleeghuizen en bij zorgverzekeraars de zorg goedkoper kunnen maken.
Een hoop te doen dus over de kwaliteit van zorg. En hoe de kwaliteit van zorg zich verhoudt tot de kosten. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, want we staan voor enorme bezuinigingen. Ondanks het feit dat men in Duitsland dat niet doet en dat econoom Marc Pomp laat zien dat voor elke geïnvesteerde euro in de gezondheidszorg we 1 euro 30 terugkrijgen. Verder is de Nederlandse gezondheidzorg nog steeds een van de beste ter wereld. Maar wie ophoudt met verbeteren houdt snel op met goed zijn. Blijven verbeteren op een zuinige manier is de enige weg om kwalitatief goede betaalbare zorg te blijven bieden in een toekomst met een grote mate van vergrijzing.
Een goede kwaliteit van zorg is als het verschil tussen wat beoogd en wat bereikt wordt zo klein mogelijk is. Dit kan dus niet zonder normstellingen welke lastig definieerbaar zijn en zich moeilijk laten meten. Wie stelt die normen? Zijn dat de hulpverleners, de zorginstellingen en heeft de patiënt zelf misschien ook nog wat te zeggen? Antwoord is natuurlijk: we zijn met z’n allen verantwoordelijk voor een kwalitatief goede zorg die ook betaalbaar is voor een samenleving. De zorginstelling, zoals het ziekenhuis en het verpleeghuis, om de beste zorg op een veilige plek te bieden, de zorgverlener om zo goed mogelijk te behandelen en de patiënt om zo gezond mogelijk te leven en ondanks zijn ziekte zo lang als mogelijk deel te nemen aan het maatschappelijk proces en zelfs wat terug te doen. Wat men in het algemeen ook heel graag wil.
Kwaliteit van zorg moeten we daarom met z’n allen definiëren en vormgeven. Een kwaliteitsinstituut zoals het CBO kan zorginstellingen, hulpverleners en patiënten (liefst tegelijkertijd) ondersteunen met praktische en meetbare verbeteringen in het zorgtraject, met de totstandkoming van richtlijnen en indicatoren en de implementatie en allerlei slimme manieren om het eens anders te doen. Maar het CBO is allang niet meer alleen ‘van de ziekenhuizen’: ook in de begeleiding en totstandkoming van trajecten op het gebied van zelfmanagement en bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg, de jeugdzorg en mondzorg is het CBO inzetbaar om de kwaliteit van zorg te helpen verbeteren. U leest er meer over in dit Kwaliteitsjournaal.
En als we het dan toch over definities hebben: het CBO is de wiki ‘kennisnetwerken in de zorg’ gestart. Zorgnetwerken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de zorg: “wishdom of the crowd”. Ik nodig u van harte uit met ons de definitie te bepalen van kennisnetwerken in de zorg en hoe deze het best zijn vorm te geven. Wij zijn zo vrij geweest alvast een voorzet te maken:wiki.cbo.nl
Jan Swinkels
Lid Raad van Bestuur CBO
Mist Eerste Kamer kans zorginnovatie?
29 juni 2010
Vanmiddag stemt de Eerste Kamer over de motie ingediend door mevrouw Tan. Deze motie bepaalt dat de informatie die nodig is om gezamenlijk patiënten te behandelen, niet langer via het beveiligde landelijke netwerk voor de zorg uitgewisseld mag worden. Als deze motie wordt aangenomen, heeft dit ingrijpende gevolgen voor de kwaliteit en inzichtelijkheid van de gezondheidszorg in Nederland. En de patiënt heeft het nakijken. Een aantal overwegingen bij deze gang van zaken.
De basis van samenwerking in de zorg is vertrouwen en kennis. Kennis is nodig van de situatie van de patiënt en van de ingezette behandeling. Er wordt veel patiëntenleed voorkomen als de behandelaars op basis van deze kennis gewaarschuwd worden wanneer zij verkeerde medicijnen voorschrijven. De gegevens die voor deze waarschuwing nodig zijn, worden via een beveiligd netwerk voor de zorg opgevraagd. Honderden artsen en apothekers maken daar gebruik van. Anderen, met name artsen op de poli’s in ziekenhuizen, kunnen niet wachten om deze gegevens ook in te zien zodra ze een patiënt gaan behandelen. De motie bepaalt dat dit netwerk moet worden stopgezet en niet verder mag worden uitgebreid. Dat het parlement wil sturen op beveiliging van communicatie in de zorg is te begrijpen. Maar wordt de publieke aansturing geloofwaardiger wanneer een beveiligd netwerk wordt stilgelegd, waarmee de reguliere arts en apotheker van een patiënt elkaar kunnen informeren over medicaties en allergieën van deze patiënt? Wie is erbij gebaat wanneer de investering van veel partijen niet meer kan renderen?
Onnodig duurder
De motie veronderstelt dat er eerst een nieuwe wet moet komen, voordat behandelende artsen in Nederland gegevens mogen uitwisselen. De huidige wetgeving bevat echter al spelregels die nodig zijn om gegevens regionaal en landelijk uit te wisselen. De doorontwikkeling van het veilige netwerk kan dus parallel lopen aan de vervolmaking van het wetgevend kader. Verbetering van de beveiliging op basis van landelijke standaarden en normen, kan al voor een groot deel gerealiseerd worden, vooruitlopend op het wettelijk kader. Wanneer we zouden wachten met deze verbetering, worden projecten nog veel langer en onnodig duurder.
Volledigheid van gegevens
Door het aannemen van de motie wordt de doorontwikkeling stopgezet, maar kennelijk gaat het vooral om zorgvuldigheid in het wetgevende traject. De Eerste Kamer zou daarin een belangrijke rol kunnen vervullen, omdat de nieuwe kaderwet een aantal spelregels verduidelijkt. Dit betreft met name de situatie waarin actuele gegevens nodig zijn, terwijl de eigen huisarts of vaste apotheek van de patiënt gesloten is. Omdat alleen de behandelaar en de patiënt zelf dan inzage krijgen, is de wet in lijn met de aanbevelingen van het CBP die toeziet op de privacy. De wet is aangenomen door de Tweede Kamer, dus is het nu aan de Eerste Kamer om hun eigen stuurinstrument in werking te zetten. Daarbij zou de discussie kunnen gaan over de ervaren angel die in de bijlage zit (niet de wet zelf maar in het besluit bij de wet): de verplichting tot aansluiten. Dat lijkt nu de sterke arm van de minister die zijn oplossing afdwingt, maar zo is dit oorspronkelijk nooit bedoeld. Niet het sturen van de markt, maar de volledigheid van de gegevens is de reden geweest om te streven naar het beschikbaar stellen van relevante gegevens door iedereen die medicatiegegevens heeft. De koplopers van de apotheken zien hier nut en noodzaak wel van in, de grote meerderheid laat zich door een best practice van collega’s overtuigen, maar voor de laatste groep heb je als sluitstuk een wettelijke verplichting nodig. Het temporiseren van de verplichting, bijvoorbeeld pas wanneer driekwart van een beroepsgroep aangesloten is, zou een zinvolle bijdrage aan het debat kunnen geven.
Centrale database
In landen zoals Engeland kunnen zorgverleners de noodzakelijke gegevens verkrijgen vanuit een centrale, door de overheid beheerde database waarin alle informatie van alle patiënten is opgeslagen. In Nederland past dat niet. Gegevens die in de vertrouwelijke sfeer van de behandelkamer ontstaan zijn, moeten door de betreffende personen (dokter en patiënt) beheerd worden. Veel Europese landen die een vergelijkbare decentrale structuur hebben, kijken met grote verwachting naar de verdere implementatie hiervan in Nederland. Het is niet te hopen dat we moeten vaststellen dat Nederland de kans gemist heeft om tot de top van innoverende landen te behoren, omdat er iets in de senaat is misgegaan.
Doorbraak
Het publiek beschikbaar stellen van een veilige infrastructuur om zorginnovatie mogelijk te maken is een doorbraak in de jarenlange stagnatie van elektronische communicatie in de zorg. De landelijke infrastructuur zelf is niet de oplossing, maar een voorwaarde voor zorgverbetering. Het stopzetten van de infrastructuur zet de zorgdoelen verder op achterstand en dat kan niet de bedoeling zijn.
Regierol
De burger wil in toenemende mate een regierol krijgen in zijn eigen welzijn en gezondheid. Van huis uit afspraken maken wanneer het jou en je familie het beste uitkomt, thuis nog eens een video bekijken van het gesprek met je arts en je eigen bloedwaardes verzenden zijn geen utopie meer, maar vragen wel om een strategische visie en flankerend beleid. De actieve rol van de patiënt zal bovendien de zorg in de toekomst beter betaalbaar maken. Hiervoor is gestandaardiseerde, kwalitatief hoogwaardige en veilige informatie een randvoorwaarde. Eén nationale infrastructuur die dit ook technisch ondersteunt is dan veel doelmatiger dan tientallen niet op elkaar afgestemde regionale structuren.
Drs ir A.E. Vlug is principal consultant healthcare bij Logica en bestuurslid van de stichting Qualiss-Z epd kan niet stopgezet worden
29 juni 2010
In een laatste poging om de Eerste Kamer op andere gedachten te brengen heeft minister Klink de senatoren een brief geschreven. Hierin stelt hij dat het in strijd is met de regels van behoorlijk bestuur als hij van de een op de andere dag het landelijk epd stopzet.
Eerste Kamerlid Ing You Tan van de PvdA heeft een motie ingediend waarin staat dat het landelijk epd onmiddellijk moet worden stilgelegd. Deze motie krijgt waarschijnlijk vanmiddag een meerderheid van stemmen in de Eerste Kamer.
Vrijwillig
Klink wijst er in zijn brief aan de Eerste Kamer op dat zorginstellingen zich op dit moment vrijwillig aansluiten op het landelijk schakelpunt (LSP) en dat hij ze dat niet kan verbieden.
Subsidie
Nictiz krijgt van het ministerie van VWS subsidie voor de bouw en het beheer van het LSP. Het zou volgens Klink in strijd zijn met de regels van behoorlijk bestuur als het ministerie van de ene op de andere dag de subsidie voor Nictiz zou stopzetten omdat de Eerste Kamer wil dat het landelijk epd stilgelegd wordt. (Mario Gibbels)
NZa: ‘Budgettering specialisten per 2012’
30 juni 2010
Het budgetteren van de medisch specialisten per 2011 is volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) niet haalbaar. Daarom adviseert de autoriteit het ministerie van VWS om de budgettering per 2012 in te voeren.
Een aantal noodzakelijke wetsaanpassingen, het verzamelen van essentiële gegevens en het aanpassen van de contracten belemmeren volgens de NZa de invoering per 2011. Ook zijn er risico’s waarmee de ziekenhuizen en zbc’s rekening moeten houden. Deze risico’s kunnen voorkomen worden met een overgangsregeling, stelt de NZa.
Risico’s
Na de invoering krijgt elk ziekenhuis en zbc een budget voor de honoraria van de medisch specialisten. De minister wil het ziekenhuis budgethouder maken en gaat uit van een vrij tarief voor de declaraties van de medisch specialist aan het ziekenhuis voor de geleverde diensten. Ziekenhuizen en specialisten moeten hierover onderling afspraken maken. De machtsverhoudingen komen daardoor anders te liggen. Volgens de NZa is er het risico dat onderhandelingen moeizaam verlopen of dat de partijen er niet uitkomen.
Overgangsregeling
De NZa pleit daarom voor een overgangsregeling. In eerste instantie zouden er bandbreedtetarieven moeten gelden voor de verdeling van het honorariumbudget over de specialisten. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kan een instelling ontheffing van deze tariefregulering krijgen. Als voldoende instellingen ontheffing hebben gekregen en de machtsverhoudingen tussen specialisten en ziekenhuizen meer in evenwicht zijn, wordt de regulering losgelaten. Ziekenhuizen/zbc’s en specialisten maken dan onderling afspraken over de vergoeding en inzet van de specialisten.
Honorariumbudget
Het honorariumbudget kan worden gebaseerd op de honorariumomzet uit voorgaande jaren van een instelling. Een tweede mogelijkheid is een normatief bedrag per fte. Daarbij zal onder meer rekening moeten worden gehouden met het beschikbare budget. Om meer inzicht te krijgen in de gevolgen en de haalbaarheid gaat de NZa de benodigde gegevens opvragen bij ziekenhuizen en zbc’s. De budgetten kunnen vervolgens van jaar tot jaar enigszins wijzigen door productie- en capaciteitsveranderingen.
Fiscale positie
Door de budgettering declareren de specialisten voortaan niet meer via het ziekenhuis maar aan het ziekenhuis. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor hun fiscale positie als ondernemer. De NZa adviseert VWS om voor de invoering voldoende duidelijkheid te scheppen over deze positie omdat onwetendheid de invoering zou kunnen bemoeilijken. (Zorgvisie – Mark van Dorresteijn / Twitter)
Eerste Kamerlid Tan zwakt EPD-motie af
6 juli 2010
Eerste Kamerlid Tan van de PvdA heeft haar motie met betrekking tot het landelijk EPD afgezwakt. Minister Klink wordt niet langer verzocht om het EPD volledig stil te leggen.
Ing You Tan verzoekt nu in haar gewijzigde motie Nictiz dringend om geen nieuwe zorgaanbieders aan te sluiten op het landelijk schakelpunt (LSP) en verdere implementatie van het LSP op te schorten totdat de Eerste Kamer zich heeft uitgesproken over het EPD-wetsvoorstel.
Medisch specialisten moeten inkomensbudget onderling verdelen
Het Financieele Dagblad (14-7-2010)Medisch specialisten moeten het inkomensbudget onderling gaan verdelen. Dat is het plan van minister van Volksgezondheid Ab Klink. Het is de bedoeling dat de specialisten samen uitmaken hoe het budget wordt verdeeld en wie wat gaat verdienen. Dit moet echter wel gebeuren binnen een bepaalde bandbreedte.
Omdat het landelijke budget voor de specialisten verlaagd wordt, hebben de medisch specialisten onderling ook minder te verdelen. Volgens betrouwbare bronnen staat er nog meer in het voorstel dat Klink naar de Orde van Medisch Specialisten en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) heeft gestuurd. Zo moeten de specialisten per ziekenhuis samen een stafmaatschap oprichten. Die stafmaatschap krijgt dan de zeggenschap over het jaarbudget. Dat jaarbudget moet dus worden verdeeld onder alle specialisten die verbonden zijn aan het ziekenhuis.
Als het aan de minister ligt gaat het voorstel volgend jaar al in. In 2011 wil Klink aan budget niet meer dan 1,8 miljard euro beschikbaar stellen. Dat is nu 2,7 miljard euro. Het inkomen van specialisten zal verder een maximum van 367.000 euro per jaar mogen hebben. Er geldt een minimaal verzekerd inkomen van 128.000 euro.